terug
De afzichtelijkheid waarmee men bovenop het 19deeeuwse gebouw in de jaren vijftig twee bijkomende lagen heeft geplaatst is uniek. Uiteindelijk was het juist deze onverschillige esthetische toevoeging dat het thema van het werk zou uitmaken.

De historische gelaagdheid van dit gebouw bestaat uit een 17de eeuwse kelder, daarop een 19de eeuwse architectuur en daar bovenop twee bouwlagen daterend van 1950. Deze onafhankelijke zelfs onverschillige superposities zijn juist het bijzondere van dit gebouw en dit wordt hier nogmaals geparticipeerd door onafhankelijk van de bestaande gevel er een nieuwe achter te plaatsen, waarbij de poging wordt ondernomen deze disconnecties te bekronen door de gelaagdheid ervan te versterken.

Het programma bestond erin een betere organisatie in het gebouw te realiseren, wat samengevat kan worden in het realiseren van een doordachte positionering van lift en trap en het verkrijgen van meer natuurlijk licht in het gebouw.

Achter de voorgevel werd een deel van de vloeren uitgebroken, om zodoende een 22 m hoge verticale open hal te creƫren. Daarin slingert zich een spiraalvormige trap rondom een transparante lift. Vier platformen bedienen de verdiepingen.